De tweede voorwaarde bepaalt dat de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt moeten stellen dat het bestaande aanbod van zorg in natura, door hen niet passend wordt geacht.
Wanneer een persoon de onderbouwing in redelijkheid heeft beargumenteerd mag de gemeente de aanvraag niet weigeren. Dit geldt ook wanneer de gemeente in haar ogen een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod in natura heeft gedaan aan de cliënt. In deze gevallen kan de gemeente het PGB omwille van de motivering niet weigeren, mits ook wordt voldaan aan de eerste en derde voorwaarde. Als de gemeente weigert ondersteuning in de vorm van een PGB te verstrekken, dan is dat een besluit waartegen een aanvrager bezwaar kan maken.
Enkele concrete voorbeelden (niet uitputtend) van argumenten die aanvragers redelijkerwijs in het kader van hun motivering kunnen aanvoeren om een PGB te willen ontvangen, zijn:
de benodigde ondersteuning of jeugdhulp is niet goed vooraf in te plannen;
de benodigde ondersteuning of jeugdhulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden;
de benodigde ondersteuning of jeugdhulp moet op veel korte momenten per dag worden geboden;
de benodigde ondersteuning of jeugdhulp moet op verschillende locaties worden geleverd;
als het noodzakelijk is om 24-uurs ondersteuning of jeugdhulp op afroep te organiseren;
als de ondersteuning of jeugdhulp door de aard van de beperking door een vaste hulpverlener moet worden geboden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.4.2