We kennen geen verantwoordingsvrij bedrag.
PGB-budgethouders mogen vanuit het budget de volgende uitgaven wel doen:
Alle bijkomende kosten voor de zorgverleners, zoals de werkgeverslasten voor zorgverleners met een arbeidsovereenkomst en wettelijk toegestane vergoedingen, zoals reiskostenvergoedingen voor woonwerkverkeer, verlofregelingen, pensioenvoorziening en spaarloon.
Vervoerskosten, maar alleen als er een beschikking is voor begeleiding in dagdelen (dagopvang), samen met een indicatie voor vervoer van en naar de plek waar die begeleiding geboden wordt.
Maximaal 13 weken PGB in EU-landen
Budgethouders kunnen maximaal 13 kalenderweken ondersteuning inkopen in het buitenland (binnen de EU). Wanneer een budgethouder langer dan een aaneengesloten periode van 6 weken naar het buitenland (binnen EU) gaat, dan moet hij vóóraf toestemming vragen aan de gemeente om het PGB in het buitenland (binnen EU) te besteden of dit opnemen in het maatschappelijke ondersteuningsplan en budgetplan.
PGB-budgethouders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen:
Kosten voor bemiddeling.
Kosten voor het voeren van een PGB-administratie.
Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het PGB.
Contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het PGB, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal.
Alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Wmo en Jeugdwet vallen.
Alle zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen.
Ondersteuning inkopen buiten EU-landen. Controle op kwaliteit en financiën is dan nauwelijks mogelijk.
Aandachtspunt: de cliënt mag geen eigen bijdrage uit het PGB betalen.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.6