**1..** Het is verboden in een inrichting zonder vergunning van de burgemeester bedrijfsmatig alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken. De vergunning geldt uitsluitend voor de in de vergunning aangewezen onderdelen van de inrichting.
**2..** Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet:
indien voor de inrichting een vergunning, zoals bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet is verleend, welke nog geldt;
indien de verstrekking plaatsvindt als dienstverlening van bijkomende aard aan bezoekers die, anders dan voor het verkrijgen en/of gebruiken van enigerlei eet- en/of drinkwaren, in de inrichting aanwezig zijn;
voor middelen van vervoer tijdens hun gebruik als zodanig.
**3..** Voor het verkrijgen van de in het eerste lid bedoelde vergunning:
moet de inrichting voldoen aan de inrichtingseisen gesteld in het Besluit inrichtingseisen Drank- en Horecawet;
moeten de leidinggevenden de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;
moeten de leidinggevenden voldoen aan de eisen die bij of krachtens artikel 8, tweede lid, onder a en b, en derde lid van de Drank- en Horecawet worden gesteld aan leidinggevenden.
**4..** De burgemeester kan, indien sprake is van een bijzonder geval en gewichtige belangen daartoe aanleiding geven ontheffing verlenen van de in het derde lid, onder a. gestelde eisen.
**5..** De burgemeester weigert de vergunning, indien niet wordt voldaan aan de in het derde lid gestelde eisen.
**6..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 trekt de burgemeester de vergunning in indien:
niet langer wordt voldaan aan de in het derde lid gestelde eisen;
gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
een niet daarin vermeld persoon leidinggevende is geworden in de inrichting waarop de vergunning betrekking heeft;
zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
**7..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 trekt de burgemeester de vergunning als bedoeld in het eerste lid in, indien voor de inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 2:15 van deze verordening is ingetrokken.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2:18