**1..** Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond is aangelijnd;
buiten de bebouwde kom op een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats zonder dat die hond is aangelijnd;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
**2..** Het college kan gebieden aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a. niet geldt indien de hond onder behoorlijk toezicht staat.
**3..** De verboden genoemd in het eerste lid onder a., b. en c. gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2:28