**1..** De belastingplichtige voor de gemeentelijke belastingen aan wie niet binnen één maand na afloop van het kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden, binnen één maand na het verstrijken van die maand bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b en c van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet.
**2..** De betaling van de vermakelijkhedenretributies wordt gelijktijdig met het doen van aangifte gedaan binnen één maand na het einde van het belastingtijdvak.