Naar hoofdinhoud
Om te bepalen of Opvang voor de bewoner toegankelijk en passend is worden, naast het Algemene toetsings- en afwegingskader, de volgende aspecten getoetst en/of gewogen: aard beperking: de persoon is niet in staat zich te handhaven in de samenleving of heeft te maken met geweld in een afhankelijkheidsrelatie. Opvang is geen passende voorziening, indien er sprake is van: Een fysieke of zintuigelijke beperking, waardoor een voorziening voor Opvang niet of onvoldoende toegankelijk is. Een verslaving of psychiatrische problematiek, die niet door de voorziening voor Opvang begeleid kan worden en/of belastend is voor het samenwonen binnen de voorziening. Een ernstig verstandelijk beperking, die niet door een voorziening voor Opvang adequaat begeleid kan worden. De persoon ondersteuning nodig heeft bij het uitvoeren van elementaire activiteiten, zoals persoonlijke verzorging en basale huishoudelijke taken. Toegang tot een voorziening voor Opvang kan worden geweigerd wanneer een persoon zich (na toegang tot de voorziening) niet houdt aan de huisregels van een voorziening. doel van de ondersteuning: Het bieden van een tijdelijk en veilig verblijf aan personen die nergens anders terecht kunnen en die gebaat zijn bij tijdelijke ondersteuning voor het zoeken naar een duurzame oplossing op alle leefgebieden (ZRM-domeinen). hoofdverblijf: Opvang is een landelijk toegankelijke voorziening, dat betekent dat iedereen te allen tijde gebruik kunnen maken van de voorziening. De persoon dient wel te beschikken over de Nederlandse nationaliteit of houdt als vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000. De gemeente van aanmelding verzorgt de eerste opvang en bepaalt vervolgens in overleg met de persoon in welke plaats een individueel vervolgtraject het meest kansrijk is. Om te bepalen bij welke regio de kans op een succesvol traject voor de persoon het grootst is, worden de volgende aspecten gewogen: De persoon heeft gedurende drie jaar voorafgaand aan het moment van aanmelding minimaal twee jaar aantoonbaar zijn of haar hoofdverblijf in de regio gehad. Dit moet blijken uit inschrijving in Basis Registratie Personen (BPR) of het bekend en geregistreerd zijn bij de zorginstellingen. De aanwezigheid van een positief sociaal netwerk (familie en vrienden) in de regio. Bekendheid bij de zorgaanbieders of Maatschappelijke Opvanginstellingen in de regio. Bekendheid bij de politie in de regio. Geboorteplaats. Redenen om de persoon uit zijn oude sociale netwerk te halen. Redenen van de persoon om in een bepaalde gemeente/regio te worden opgevangen. In de drie noordelijke provincies is afgesproken dak- of thuislozen onderling niet door te verwijzen. Vanwege het landelijke karakter van de zorgaanbieder Fier Fryslân, voor anonieme opvang bij geweld in afhankelijkheidsrelaties, geldt hiervoor genoemde voorwaarde voor regiobinding niet. Vorm van ondersteuning: Om te bepalen welk vorm van ondersteuning binnen Opvang nodig is, wordt het volgende onderscheid gemaakt: Vrouwenopvang Maatschappelijke opvang. Hieronder valt nachtopvang, dagopvang, huis voor jongeren, crisisopvang, begeleid wonen en algemene opvang. voorliggende voorziening: Binnen Opvang wordt onderscheid gemaakt in algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. De algemene voorzieningen zijn voorliggend op maatwerkvoorzieningen. De algemene voorzieningen in de gemeente zijn vrij toegankelijk voor iedereen met (dreigende) dak- of thuisloosheid, waarbij de zorgaanbieder toetst of de bewoner tot de doelgroep behoort. Deze beleidsregels zijn ingegaan op 1 januari 2018

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel