De ondersteuning die een hulpverlener in het kader van beschermd wonen (BW) of maatschappelijke opvang (MO) biedt, wordt in ieder geval:
veilig, cliëntgericht, doeltreffend en doelmatig geboden,
afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt,
verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard;
verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt10Wmo 2015.
Het kwaliteitskader11Gebaseerd op de handreiking ‘kwaliteitseisen beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ van de VNG, via https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2016/07/05/kwaliteitseisen-beschermd-wonen-en-maatschappelijke-opvang/kwaliteitseisen-beschermd-wonen-en-maatschappelijke-opvang.pdf stelt eisen aan de manier waarop de cliënt wordt ondersteund, aan de hulpverlener – cliënt relatie, aan de hulpverlener en aan de organisatie (zie onderstaande figuur).
De ondersteuning van de cliënt is gericht op regie, zelfredzaamheid en participatie. De aanbieder heeft voldoende aandacht voor de ontwikkelpotentie van de cliënt. Dit is in lijn met de cliëntprofielen voor BW en MO12Gebaseerd op de handreiking ‘kwaliteitseisen beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ van de VNG, via https://www.rijksoverheid.nl/binaris/rijksoverheid/documenten/rapporten/2016/07/05/kwaliteitseisen-beschermd-wonen-en-maatschappelijke-opvang/kwalieteitseisen-beschermd-wonen-en-maatschappelijke-opvang.pdf.
Groei naar zelfstandigheid vraagt dat ook de randvoorwaarden aanwezig zijn: beschikbare woonruimte, financiële randvoorwaarden zoals een uitkering. De gemeente verwacht van aanbieders dat zij de cliënt helpen in het realiseren van deze randvoorwaarden en zo nodig tijdig het gesprek hiervoor tussen cliënt en gemeente helpen arrangeren.
De hulpverlener stelt samen met de cliënt een ondersteuningsplan op met daarin in ieder geval: de doelen van ondersteuning en geplande evaluaties van die doelen. Het ondersteuningsplan is actueel, wordt herkend en erkend door de cliënt en bevat ook een signaleringsplan.
De organisatie meet de cliënttevredenheid op een manier die past bij de doelgroep. Over de uitkomsten is de organisatie transparant.
De organisatie bejegent de cliënt correct en respectvol.
De cliënt weet wie zijn eerste aanspreekpunt is.
De criteria voor de hulpverlener en organisatie worden toegelicht in de handreiking voor kwaliteitseisen BW en MO.
In geval van BW hoort hierbij ook dat de organisatie voldoet aan de algemene omschrijving van BW in centrumgemeente Deventer: wonen in een accommodatie met 24-uur per dag toezicht in directe aanwezigheid.
Organisaties hebben een zorgplicht. Dat betekent dat een organisatie een cliënt niet zomaar mag weigeren en ook geen cliënten met een bepaald cliëntprofiel/cliëntperspectief (zie hoofdstuk 2.7 en 3.6) of ondersteuningspakket mag weigeren. Als een cliënt zich meldt bij een organisatie, maar een andere organisatie beter passend aanbod kan leveren voor de cliënt, moet de organisatie waar de cliënt zich meldt met instemming van alle betrokkenen een warme overdracht doen met toestemming van het regionaal toegangsteam BW/MO.
Tot slot zijn hulpverleners (indien van toepassing op hun professie) BIG-geregistreerd en in het bezit van een verklaring omtrent gedrag (VOG) die minder dan 5 jaar geleden is afgegeven. Deze wordt overhandigd aan het regionaal toegangsteam BW/MO.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Kwaliteitskader voor aanbieders beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Onderdeel van Beleidsregels beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Deventer 2018