Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Bestanddelen basissubsidie

Onderdeel van Nadere regels amateurkunst Purmerend 2018

1.. De hoogte van de basissubsidie wordt berekend door optelling van de subsidiebedragen die worden verstrekt: per actief lid; Van de actieve leden van een instelling met een lokaal verzorgingsgebied is tenminste 50% woonachtig in de gemeente Purmerend; als bijdrage in de kosten van een artistiek leider; als bijdrage in de kosten van huur voor repetitieruimten; als bijdrage in de kosten van zaalhuur ten behoeve van voorstellingen en uitvoeringen; als bijdrage in de kosten van inschakeling van een orkest of solist; als bijdrage in de kosten van onderhoud van instrumenten. 2.. De subsidiebedragen ten behoeve van de exploitatiekosten van de instelling, gebaseerd op het aantal actieve leden in 2018, zijn als volgt: Categorie A: voor instellingen tot 25 leden 587,00 voor instellingen tot 50 leden 611,00 voor instellingen tot 75 leden 635,00 voor instellingen tot 100 leden 662,00 voor instellingen met 100 of meer leden 686,00 Categorie B: voor instellingen tot 25 leden 440,00 voor instellingen tot 50 leden 465,00 voor instellingen tot 75 leden 489,00 voor instellingen tot 100 leden 512,00 voor instellingen met 100 of meer leden 536,00 Categorie D: voor instellingen tot 25 leden 244,00 voor instellingen tot 50 leden 269,00 voor instellingen tot 75 leden 292,00 voor instellingen tot 100 leden 316,00 voor instellingen tot 100 of meer leden 342,00 Categorieën C, E, F, G en H: voor instellingen tot 25 leden 99,00 voor instellingen tot 50 leden 122,00 voor instellingen tot 75 leden 146,00 voor instellingen tot 100 leden 170,00 voor instellingen met 100 of meer leden 196,00 1 januari van de subsidieperiode waarop de subsidie betrekking heeft, wordt gehanteerd als peildatum bij de bepaling van het aantal actieve leden van een instelling. 3.. Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van een artistiek leider bedraagt in 2018 50 % van die kosten tot een maximum van: € 2.515,- voor een beroepsdirigent, -instructeur of -regisseur; of € 1.220,- voor een niet beroepsdirigent, - instructeur, of -regisseur. In de in dit lid genoemde bedragen is 0% looncorrectie inbegrepen. Indien bij uw vereniging meerdere soorten artistiek leiders betrokken zijn (bijvoorbeeld een regisseur en een dirigent), dan kan voor de soort tweede artistiek leider een bijdrage in de kosten van 25% van de kosten van 2017 worden gevraagd, met een maximum van € 1.220,-. Dit geldt uitsluitend voor een beroepsdirigent, -instructeur, of –regisseur. Deze regel is niet van toepassing op meerdere artistiek leiders van dezelfde categorie (bijvoorbeeld meerdere regisseurs of dirigenten). 4.. Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van huur voor repetitieruimten bedraagt in 2018 50% van die kosten (in 2017). In afwijking van het gestelde onder a. wordt ten aanzien van de volgende instellingen met betrekking tot de huur van repetitieruimte in P3, in 2018, een ander percentage gehanteerd: Stedelijk Orkest 57%; Harmonie Crescendo 58%; Kunst na Arbeid 59%; Symfonisch Orkest Purmerend en Omstreken 71%. 5.. Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van zaalhuur ten behoeve van voorstellingen en uitvoeringen bedraagt in 2018, 50% van die kosten (in 2017) tot een maximum van € 1.500,-. 6. . Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van inschakeling van een orkestrespectievelijk een solist bedraagt in 2018, 30% van die kosten (in 2017) tot een maximum van € 1.502,-. Tot de onder a. bedoelde kosten behoren tevens de reiskosten van de orkestleden of de solist voor één repetitie en één generale repetitie en voor de daarop volgende koor-, musical-, opera- of operette-uitvoering(en). 7. . Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van onderhoud van instrumenten bedraagt in 2018 € 24,25 per bespeeld instrument. 1 januari van de subsidieperiode waarop de subsidie betrekking heeft, wordt gehanteerd als peildatum bij de bepaling van het aantal bespeelde instrumenten bij een instelling.

Rechtspraak bij dit artikel