Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3.2

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Almelo

1. Het persoonsgebonden budget bedraagt maximaal de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura. 2. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt afgeleid van het tarief dat gecontracteerde aanbieders krijgen en is: a. gelijk aan het tarief voor gecontracteerde aanbieders (100% van het tarief) als de ondersteuning wordt geleverd door een aanbieder die voldoet aan alle criteria om voor een contract met de gemeente in aanmerking te komen om zorg in natura te mogen leveren; b. 85% van het tarief voor gecontracteerde aanbieders als de ondersteuning wordt geleverd door andere professionele aanbieders dan onder 1 vermeld; c. 50% van het onder 2 vermelde tarief als de voorziening wordt geleverd door iemand uit het sociale netwerk die niet kan worden aangemerkt als een professionele aanbieder, waarbij het tarief is gebaseerd op de lichtste vorm van ondersteuning. 3. Het persoonsgebonden budget wordt uitbetaald op declaratiebasis. Hoogte persoonsgebonden budget op basis van goedkoopst adequate voorziening Het gedeeltelijk weigeren van een persoonsgebonden budget is aan de orde als de voorziening die wordt ingekocht met een persoonsgebonden budget duurder is dan de kosten van een vergelijkbare voorziening die in natura wordt verstrekt. De weigering betreft dan dat deel van het gevraagde budget dat hoger is dan de voorziening die in natura verstrekt zou worden. Hoogte afgeleid van tarieven voorzieningen die in natura worden verstrekt Het persoonsgebonden budget moet toereikend zijn om een voorziening in te kopen bij verschillende zorgaanbieders. Daarnaast is de mogelijkheid open gehouden om de voorziening te laten leveren door een persoon uit het sociale netwerk. Op basis van deze uitgangspunten is gekozen voor drie tarieven voor het persoonsgebonden budget die afgeleid zijn van tarief dat de gemeente betaalt voor voorzieningen die worden geleverd in natura. De tarieven voor de verschillende op het individu toegesneden voorzieningen zijn opgenomen in de bijlage. In Almelo is gekozen voor een drietal tarieven. Een 100% tarief (een tarief gelijk aan het tarief dat wordt betaald aan gecontracteerde aanbieders) als de hulp wordt geleverd door een professionele aanbieder die voldoet aan alle voorwaarden die ook gelden voor gecontracteerde aanbieders (zie hoofdstuk 7). Het tarief van 85% wordt betaald aan aanbieders die voldoen aan de professionele standaard en de opleidingseisen zoals vermeld in bijlage 6 maar niet alle kosten hebben die professionele aanbieders die voldoen aan de voorwaarden om voor het 100% tarief in aanmerking te komen. Veelal betreft dit zelfstandigen zonder personeel waarbij er geen sprake is van overheadkosten, geen directe vervanging bij ziekte of verlof is en/of niet voldaan hoeft te worden aan salariëring conform de voor de bedrijfstak geldende CAO. Ook kosten van het organiseren van medezeggenschap en een klachtenregeling ontbreken hier veelal. Dit voordeel is (conservatief) berekend op 15%. Voor personen uit het sociale netwerk die ondersteuning bieden en niet in aanmerking komen voor het 85% of 100% tarief (de persoon kan niet worden aangemerkt als een professionele aanbieder), geldt het lage tarief. Dit (mantelzorg)tarief is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten die een mantelzorger maakt om de ondersteuning te kunnen blijven leveren. Voor het bepalen van het percentage van het tarief is gekeken naar het tarief dat in de Awbz werd gehanteerd voor de functie begeleiding individueel als deze werd geleverd door iemand uit het sociale netwerk. Het nu vastgestelde (mantelzorg)tarief benadert het oude Awbz tarief voor individuele begeleiding. Om de uniformiteit in tarieven voor persoonsgebonden budgetten te handhaven, is gekozen om het percentage consequent voor alle voorzieningen toe te passen. In tegenstelling tot enkele andere wettelijke regelingen, is voor de verstrekking van een op het individu toegesneden voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget geen verantwoordingsvrije bedrag van toepassing. In beleidsregel 3.2-1 is aangegeven voor welke kosten het persoonsgebonden budget mag worden aangewend. De besteding van het gehele budget moet op verzoek direct verantwoord kunnen worden. Uitbetaling op declaratiebasis Het persoonsgebonden wordt uitbetaald na het indienen van facturen of declaraties. Door betaling op basis van maandtarieven niet langer toe te staan, kan worden voorkomen dat er betaald wordt voor niet geleverde zorg of ondersteuning. De declaratie of factuur dient te worden ingediend binnen zes weken na de maand waarin de zorg is geleverd. Het persoonsgebonden budget wordt niet meer betaalbaar gesteld als de declaratie of de factuur na deze termijn van zes weken wordt ingediend. Beleidsregel 3.2-1 Betalingen uit het persoonsgebonden budget Het persoonsgebonden budget moet worden besteed aan een op het individu toegesneden voorziening waarmee het afgesproken resultaat kan worden bereikt. Uit het budget mogen de volgende kosten worden voldaan: • salaris en werkgeverslasten voor zorgverleners met een arbeidsovereenkomst en wettelijk toegestane vergoedingen, zoals reiskostenvergoeding woon-werkverkeer, verlofregelingen, pensioenvoorziening en spaarloon. Niet uit het persoonsgebonden budget mogen worden betaald: • kosten voor bemiddeling; • kosten voor het voeren van een pgb-administratie; • kosten voor ondersteuning bij aanvragen en beheren van het persoonsgebonden budget; • contributie voor lidmaatschap belangenorganisaties, kosten voor volgen van cursussen en informatiemateriaal; • de eigen bijdrage. 3.3 Aanvullende criteria

Rechtspraak bij dit artikel