1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de verstrekking van een op het individu toegesneden voorziening op grond van de Wmo 2015 door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan.
2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een op het individu toegesneden voorziening op grond van de Wmo 2015 onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar.
3. De toezichthoudend ambtenaar doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.
4. Het college kan in de beleidsregels bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld.
5. Voor aanbieders van voorzieningen in het kader van de Jeugdwet geldt de regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten zoals bepaald in deze wet.
In de Jeugdwet is in artikel 4.1.7 een bepaling opgenomen betreffende het melden van calamiteiten en geweldsincidenten.
Het college moet op basis van de Wmo 2015 een regeling treffen voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten. Op grond van lid 4 kunnen eisen worden gesteld aan het melden van calamiteiten en geweld. In onderstaande beleidsregels worden de nadere eisen bepaald.
Beleidsregel 7.6-1 Melding calamiteit of geweld
De melding van een calamiteit of geweld bevat:
1. De naam van de zorgaanbieder en de functie van de melder;
2. De dagtekening van de melding;
3. De vermelding dat de melding betrekking heeft op een calamiteit als bedoeld in de Wmo 2015;
4. De naam en de contactgegevens van de betrokken beroepsbeoefenaar;
5. De naam, de contactgegevens en de geboortedatum van de betrokken cliënt;
6. Een feitelijke omschrijving van de calamiteit en de datum waarop deze heeft plaatsgehad;
7. De naam, de contactgegevens en de functie van de personen, anders dan de betrokken cliënt, die bij de calamiteit waren betrokken ;
8. Een beknopte omschrijving van de acties die door of namens de aanbieder zijn en zullen worden genomen, en de termijn waarbinnen een en ander zal plaatsvinden;
9. Of de calamiteit in verband met een redelijk vermoeden van het plegen van een strafbaar feit ter kennis is of zal worden gebracht van het openbaar ministerie.
Beleidsregel 7.6-2 Nadere bepalingen onderzoek en advies toezichthouder
Nadere bepalingen met betrekking onderzoek en advies toezichthoudend ambtenaar:
1. De aanbieder verstrekt na de melding desgevraagd aan de toezichthoudend ambtenaar alle gegevens die deze nodig heeft voor het onderzoeken van de melding;
2. Na de beëindiging van het onderzoek legt de toezichthoudend ambtenaar de relevante feiten vast in een concept-rapport;
3. Een concept-rapport wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de melder, de aanbieder en natuurlijke personen die gehoord zijn tijdens het onderzoek;
4. Degenen aan wie het concept - rapport ter kennis is gebracht, krijgen de gelegenheid binnen vier weken schriftelijk of elektronisch te reageren op de inhoud hiervan;
5. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de reacties, doch in ieder geval binnen vier weken na het verstrijken van de in lid 4 genoemde termijn stelt de toezichthoudend ambtenaar een rapport vast omtrent het onderzoek van de melding. Het rapport bevat de relevante feiten, en het advies aan het college;
6. Indien degenen aan wie het conceptrapport ter kennis is gebracht wezenlijk met de toezichthoudend ambtenaar van mening verschillen over de relevante feiten zoals vastgelegd in het concept-rapport, en de toezichthoudend ambtenaar een reactie niet of niet geheel overneemt deelt deze dit schriftelijk of elektronisch gemotiveerd aan de betrokkene mede.
Hoofdstuk 7:
Artikel 7.6
Meldingsregeling calamiteiten en geweld
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Almelo