Deze verordening is van toepassing op het verstrekken van subsidies door het college over alle beleidsterreinen/programma’s zoals opgenomen in de gemeentelijke programmabegroting, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen.
Het college kan nadere regels vaststellen over onder meer de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie.
Deze verordening is van toepassing op subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag, zoals bedoeld in artikel 4:23, derde lid1de spoedeisende subsidieverstrekking (tijdelijk vooruitlopen op de vaststelling van een wettelijk voorschrift);de subsidieverstrekking op grond van een begrotingspost (de begroting dient de subsidieontvanger en het bedrag dat ten hoogste kan worden vastgesteld te vermelden);de incidentele subsidieverstrekking (voor uitzonderlijke gevallen, als er in beginsel slechts eenmalig subsidie zal worden toegekend);de Europese subsidies (is voor gemeenten nauwelijks van belang). van de Awb, nodig is.