Een verzoek om advies kan zowel schriftelijk als digitaal door of namens de werkgever of door de betrokken medewerker bij de secretaris van de commissie worden ingediend. Een verzoek om advies bevat tenminste een duidelijk geformuleerde adviesvraag en een omschrijving van de situatie waarop de adviesvraag ziet. Als het verzoek uitgaat van de werknemer, bevat het verzoek zijn naam en adres.
De commissie bevestigt de ontvangst van het verzoek om advies aan medewerker en werkgever en stelt hen op de hoogte van de termijnen en de wijze van afdoening van het verzoek. Indien het adviesverzoek incompleet is, wordt de indiener in de gelegenheid gesteld binnen een door de commissie te bepalen termijn gebreken te herstellen.
De commissie neemt een verzoek om advies niet in behandeling, indien:
het verzoek om advies ziet op een geschil over de uitvoering van het Van werk naar werk-contract, maar het gesprek zoals bedoeld in artikel 10d:23 lid 1 CAR-UWO niet heeft plaatsgevonden;
het verzoek onredelijk laat is ingediend nadat een gebrek is geconstateerd in de uitvoering van het Van werk naar werk-contract zoals bedoeld in artikel 10d:23 lid 2 CAR-UWO,;
De commissie verklaart een verzoek om advies niet ontvankelijk, indien het verzoek om advies niet valt onder de taken en verantwoordelijkheid van de commissie.
De commissie kan werkgever en werknemer horen. De commissie zendt tijdig voorafgaand aan de vergadering aan belanghebbende en betrokkenen de stukken waarop het verzoek om advies betrekking heeft.
Zowel de werkgever als de medewerker zijn verplicht alle gevraagde informatie te verschaffen aan de commissie.
Vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.
De commissie beslist voltallig over het uit te brengen advies bij meerderheid van stemmen.