Regelgeving
Artikel 4, lid 11 van bijlage II Bor bepaalt het volgende:
Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking:
Ander gebruiken van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
Beleidsregels
Medewerking aan het tijdelijk gebruiken van gronden of bouwwerken wordt per geval beoordeeld.
Toelichting
Bij de afweging voor een dergelijke vergunning behoeft het voortaan slechts feitelijk mogelijk en aannemelijk te zijn dat de activiteit zonder onomkeerbare gevolgen kan worden beëindigd.
Hiermee is afstand gedaan van de strikt in de jurisprudentie gehanteerde (en problematische) benadering dat op basis van concrete en objectieve gegevens aannemelijk dient te zijn dat aan de activiteit slechts behoefte bestaat voor de werkingsduur van de vergunning.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.11