Regelgeving
Artikel 4, lid 7 van bijlage II Bor bepaalt het volgende:
Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking:
een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen;
Beleidsregels
Deze gevallen zijn dermate specifiek dat er geen nadere beleidsregels voor zijn opgesteld. In deze gevallen is maatwerk nodig. Wel geldt in algemene zin dat in beginsel sprake moet zijn van mestvergisting van het eigen bedrijf of van samenwerkende lokale bedrijven. Ook is een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform het Werkboek KGO(Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) verplicht.
Toelichting
Artikel 5, tweede lid, Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet luidt als volgt: ‘Bij ministeriële regeling kunnen afvalstoffen of reststoffen, categorieën afvalstoffen of reststoffen of eindproducten van bij die regeling omschreven bewerkingsprocedés worden aangewezen, indien er naar het oordeel van Onze Minister geen landbouwkundige en milieukundige bezwaren bestaan dat deze stoffen als meststof worden verhandeld of bij de productie van meststoffen worden gebruikt.’
In het bestemmingsplan voor het buitengebied wordt binnen de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ reeds ruimte geboden voor het oprichten van mestverwerkingsinstallaties.
De voorzieningen worden op basis van het bestemmingsplan enkel toegestaan binnen het bestemmingsvlak. Het plaatsen van een biomassa- en mestvergistingsinstallaties is landelijk een actuele ontwikkeling bij agrarische bedrijven. Enerzijds leveren deze installaties een bijdrage aan de productie van duurzame energie. Anderzijds biedt het de agrariërs een welkome aanvulling op hun inkomen. Daarom is het plaatsen van dergelijke installaties buiten het bouwvlak afhankelijk van de aard en omvang mogelijk met toepassing van maatwerk, met dien verstande dat aangetoond wordt dat er geen mogelijkheden binnen het bouwvlak zijn en geïnvesteerd wordt in de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Bij bouwvlak van in het gebied gebruikelijke omvang is een ruimtelijke inpassing van het erf als basisinspanning voldoende. Bij groter bouwvlak forser/robuuster ruimtelijke inpassing en aanvullende kwaliteitsprestaties op maat, bijvoorbeeld in landschap, natuur en water.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.7