Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door het bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht;
b.budgetsubsidie: een vooraf bepaalde en vaststaande subsidie die beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van eveneens vooraf bepaalde activiteiten en resultaten, zonder koppeling aan afzonderlijke kostenplaatsen binnen die prestaties;
c.kostensubsidie: de subsidiebijdrage in de werkelijke of genormeerde kosten van een subsidiabel project of subsidiabele activiteit;
d.prestatiesubsidie: een subsidiebijdrage waarbij aangegeven wordt welke de bepalende prestaties zijn die voor de subsidie geleverd moeten worden en waarbij een subsidiebedrag per eenheid product wordt genoemd.
e.jaarlijkse subsidie: een subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling wordt verstrekt;
f.eenmalige subsidie: een subsidie ten behoeve van een bijzondere incidentele activiteit die niet behoort tot de reguliere bezigheden van de aanvrager.
g.subsidieontvanger: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, al dan niet met volledige rechtsbevoegdheid;
h.activiteit: iedere vorm van menselijk handelen;
i.activiteitenplan: een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en de daarvoor benodigde personele en materiële middelen;
j.subsidieplafond: het totaalbedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift;
k.tendersysteem: een bepaalde, bij nadere regel vastgestelde verdelingswijze van een subsidieplafond waarbij de aanvragen voor een door het college vooraf vastgestelde datum moeten zijn ingediend, waarna op grond van door het college vastgestelde kwalitatieve criteria een rangorde kan worden bepaald.
l.gemeentebegroting: de begroting van de gemeente Leeuwarden zoals bedoeld in artikel 189 Gemeentewet, inclusief de daarbij behorende bijlagen van een bepaald jaar;
m. programma: een samenhangend geheel van activiteiten van de gemeentebegroting, dat onderdeel van de programmabegroting zijn;
n.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden;
o.instelling: een rechtspersoon met al dan niet volledige rechtsbevoegdheid.
p.project: samenhangend geheel van bepaalde activiteiten voor een bepaalde periode;
q.wet: de Algemene wet bestuursrecht;
r.staatssteun: ongeoorloofde staatssteun zoals bedoel in artikel 107 lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie;
s.het Verdrag: het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie;
t.algemene reserve: een reserve welke is bedoeld voor het dekken van exploitatierisico’s;
u.bestemmingsreserve: een reserve waaraan een concrete bestemming is verbonden;
v.voorziening: een vorm van vermogen dat is afgezonderd voor een verplichting of een onafwendbaar risico dat in de toekomst tot kosten zal leiden;
w.eigen middelen: bijvoorbeeld, deelnemersbijdragen, donaties, erfstellingen, niet uitgekeerde winsten, legaten, e.d.
x.overschot: het verschil tussen het verleende subsidiebedrag en het niet uitgegeven deel van het verleende subsidiebedrag, terwijl de vooraf bepaalde prestaties door de subsidieontvanger wel gerealiseerd zijn;
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening gemeente Leeuwarden 2018