Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 6

Loonkostensubsidie

Onderdeel van Beleidsregels Participatie inzake Participatiewet

Op basis van de regeling tot het stellen van nadere regels voor de loonwaardebepaling in het kader van de Participatiewet en het besluit tot het stellen van nadere regels ten aanzien van de verstrekking van loonkostensubsidie geeft het college uitvoering aan dit artikel. De inzet van loonkostensubsidie kan per 1 januari 2015 worden gefinancierd uit de Wet bundeling uitkeringen inkomensvoorziening gemeente (BUIG). De inzet van een loonkostensubsidie wordt ingezet bij personen die een geschatte loonwaarde hebben van 30% tot 80% van het WML. Alvorens een loonkostensubsidie in te kunnen zetten is er een werkplek nodig alwaar een loonwaardemeting wordt gedaan. De invulling van deze werkplek is gedurende maximaal drie maanden mogelijk met behoud van uitkering. Een tweede optie is de inzet van een forfaitaire loonkostensubsidie. De invulling van een werkplek met behoud van uitkering voorafgaand aan de inzet van een forfaitaire loonkostensubsidie is gedurende maximaal één maand mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel