Elke basisschool heeft een aanbod voor hoogbegaafde leerlingen. Hierdoor bestaat er in principe geen recht op leerlingenvervoer voor deze leerlingen. Er zijn twee situaties waarin een hoogbegaafde leerling wel aanspraak kan maken op leerlingenvervoer:
de leerling kan ten gevolge van een beperking niet zelfstandig reizen én als die leerling is aangewezen op een school op een afstand van meer dan 6 kilometer.
de dichtstbijzijnde basisschool heeft (nog) geen passend aanbod voor de hoogbegaafde leerling. In dat geval kan het zijn dat de leerling verder moet reizen naar een voor hem toegankelijke school die wel een passend aanbod kan bieden. Het college onderzoekt of de nodig geachte begeleiding en het materiaal daadwerkelijk op deze school aanwezig zijn en zo een passend aanbod bieden.
De hoogbegaafdheid van de leerling moet op basis van onderzoek worden gestaafd. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden door een daarin gespecialiseerde en onafhankelijke gedragswetenschapper. Daarnaast moet er een toelichting vanuit de dichtstbijzijnde school worden gegeven waarom er geen passend aanbod is voor de betreffende leerling. Hierbij dient het samenwerkingsverband altijd ingeschakeld te worden.
Indien het een keuze is van de ouders of verzorgers zelf en er een passend aanbod is op de dichtstbijzijnde toegankelijke school kan er geen aanspraak gedaan worden op leerlingenvervoer.
Hoofdstuk 5
Artikel 12
Vervoer voor hoogbegaafde kinderen
Onderdeel van BELEIDSREGELS Leerlingenvervoer De Fryske Marren