Naar hoofdinhoud
1.. Op alle informatie van de commissie rust ingevolge de wet de verplichting tot geheimhouding, welke zich ook uitstrekt tot eenieder die van de informatie kennis draagt. 2.. De voorzitter ziet erop toe dat aan het gestelde in het vorige lid wordt voldaan. 3.. Deze geheimhoudingsplicht geldt ook tegenover de gemeenteraad. 4.. De commissie en haar leden verstrekken geen inzage in de stukken noch informatie over de stukken en over het behandelde in haar vergadering of in het gesprek aan raadsleden die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 7. 5.. De vergaderingen van de commissie zijn ingevolge de wet besloten. De voorzitter van de commissie wijst in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht. 6.. Stukken die van de commissie uitgaan worden onder vermelding van “geheim” door de voorzitter en de secretaris ondertekend en verstuurd. Stukken bestemd voor de commissie worden onder vermelding van “geheim” gezonden aan de secretaris en aldaar bewaard tot het moment van archivering. De secretaris ziet er op toe dat de vertrouwelijkheid in deze procesgang wordt gegarandeerd. 7.. De commissie treft een voorziening met betrekking tot de wijze waarop de geheimhouding wordt gewaarborgd bij het beheer van bescheiden, het voeren van correspondentie en bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken. 8.. De geheimhoudingsplicht blijft ingevolge de wet ook na ontbinding van de commissie van kracht. 9.. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de secretaris, de plaatsvervangend secretaris, de adviseurs en overigen aan wie geheimhouding is opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel