**1..** Een subsidieaanvraag kan naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 4:25 en 4:35, van de Algemene wet bestuursrecht, in ieder geval worden geweigerd als:
niet is voldaan aan één van de in deze regeling genoemde vereisten;
uit de aanvraag naar oordeel van de subsidieverlener onvoldoende blijkt dat de subsidieontvanger gedurende de volledige subsidieperiode in staat zal zijn te beschikken over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel en materiaal voor de naar verwachting door de haar uit te voeren subsidiabele activiteiten;
de subsidieverlening niet past binnen het beleid van de deelnemende gemeentes;
de hiervoor benodigde gelden niet in de gemeentebegrotingen zijn opgenomen betreffende de niet wettelijke taken;
uit de bij de aanvraag overgelegde bescheiden blijkt dat de subsidieaanvrager zelf in de kosten van de activiteit kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, waaronder met de subsidieaanvrager gelieerde rechtspersonen;
het met de subsidie beoogde doel in voldoende mate op andere wijze dan wel voor een vergelijkbare activiteit wordt nagestreefd en bereikt kan worden, en
de subsidieverlening in strijd is met het (Europese) recht.
**2..** De subsidie kan naast de gronden genoemd in artikel 4:50, van de Algemene wet bestuursrecht, in ieder geval worden ingetrokken of lager worden vastgesteld als:
het aan de subsidieontvanger afgegeven certificaat wordt ingetrokken of geschorst;
naar oordeel van de subsidieverlener niet langer aannemelijk is dat de subsidieontvanger gedurende het restant van de subsidieperiode kan beschikken over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel en materiaal voor de naar verwachting door hem uit te voeren subsidiabele activiteiten, en
naar oordeel van de subsidieverlener het handelen van bestuurders van de subsidieontvanger de zorgcontinuïteit of de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten in gevaar dreigen te brengen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 16