De schade door bedreigingen van buitenaf (zoals brand, overstroming, explosies, oproer, stroomonderbreking) wordt beperkt door passende preventieve maatregelen;
Toegang tot niet-openbare gedeelten van gebouwen of beveiligingszones is alleen mogelijk na autorisatie daartoe;
De uitgifte van toegangsmiddelen wordt geregistreerd;
De kwaliteit van toegangsmiddelen (deuren, sleutels, sloten, toegangspassen) is afgestemd op de zonering (en het risicoprofiel);
Indien gebruik gemaakt wordt van beeldmateriaal wordt dit beperkt door de Wet bescherming persoonsgegevens en nadere regels;
De fysieke toegang tot ruimten waar zich informatie en ICT-voorzieningen bevinden is voorbehouden aan bevoegd personeel;
Serverruimtes, datacenters en daaraan gekoppelde bekabelingsystemen zijn ingericht in lijn met geldende ‘best practices’.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Algemene uitgangspunten ten aanzien van fysieke beveiliging
Onderdeel van Tactisch gemeentebreed informatieveiligheidsbeleid