Informatie verwerkende mobiele apparatuur moet zowel binnen als buiten het gebouw fysiek beschermd worden. Dit betreft laptops, PDA’s, tablets (bijvoorbeeld iPad’s), memorysticks en mobiele telefoons (smartphones). Voor het gebruik van deze apparaten worden richtlijnen vastgesteld:
Apparatuur en bijbehorende media mogen buiten de locatie niet onbeheerd worden achtergelaten;
Bij het verwerken van vertrouwelijke, privacygevoelige en/of kritische gegevens zijn aanvullende maatregelen getroffen passend bij het classificatieniveau, zoals encryptie, wachtwoordbeveiliging, antivirusscanners enzovoort;
Bij gebruik van draadloze apparatuur, via een aansluiting op een lokaal of publiek netwerk, zijn beveiligingsmaatregelen getroffen om ongeautoriseerde toegang te voorkomen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.9
Beveiliging van (mobiele) apparatuur
Onderdeel van Tactisch gemeentebreed informatieveiligheidsbeleid