Het gebruik van informatiesystemen, alsmede uitzonderingen en informatiebeveiligingsincidenten, worden vastgelegd in logbestanden op een manier die in overeenstemming is met het risico, en zodanig dat tenminste wordt voldaan aan alle relevante wettelijke eisen, met name ten aanzien van de wet BRP en SUWI. Relevante zaken om te loggen zijn:
type gebeurtenis (zoals back-up/restore, reset wachtwoord, betreden ruimte);
handelingen met speciale bevoegdheden;
(poging tot) ongeautoriseerde toegang;
systeemwaarschuwingen;
(poging tot) wijziging van de beveiligingsinstellingen.
Een log-regel bevat minimaal de volgende zaken:
een tot een natuurlijk persoon herleidbare gebruikersnaam of ID;
de gebeurtenis;
waar mogelijk de identiteit van het werkstation of de locatie;
het object waarop de handeling werd uitgevoerd;
het resultaat van de handeling;
de datum en het tijdstip van de gebeurtenis.
In een logregel worden alleen de voor de rapportage noodzakelijke gegevens opgeslagen. Er worden maatregelen getroffen om te verzekeren dat gegevens over logging beschikbaar blijven en niet gewijzigd kunnen worden door een gebruiker of systeembeheerder. De bewaartermijnen zijn in overeenstemming met de wettelijke eisen.
Ten aanzien van SUWI vraagt de Security Officer SUWI meerdere keren per jaar een rapportage op bij het BKWI over het gebruik van SUWInet door de gemeente. Ten aanzien van de BRP worden logging rapportages minimaal maandelijks beoordeeld door de BRP beheerder.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4
Uitgangspunten voor controle en logging
Onderdeel van Tactisch gemeentebreed informatieveiligheidsbeleid