Er is een procedure voor het rapporteren van beveiligingsgebeurtenissen vastgesteld, in combinatie met een reactie- en escalatieprocedure voor incidenten, waarin de handelingen worden vastgelegd die moeten worden genomen na het ontvangen van een rapport van een beveiligingsincident. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
De coördinator informatieveiligheid is de beheerder van de registratie van beveiligingsincidenten;
Een medewerker meldt geconstateerde of vermoede beveiligingslekken en beveiligingsincidenten bij de eindverantwoordelijke en bij de coördinator informatieveiligheid;
Beveiligingsincidenten die worden gemeld bij de ICT servicedesk, worden als zodanig geregistreerd en eveneens doorgegeven aan de coördinator informatieveiligheid;
Vermissing of diefstal van apparatuur of media die gegevens van de gemeente kunnen bevatten wordt altijd ook aangemerkt als informatiebeveiligingsincident;
Informatie over de beveiligingsrelevante handelingen, bijvoorbeeld loggegevens, foutieve inlogpogingen, van de gebruiker wordt regelmatig nagekeken. De coördinator informatieveiligheid bekijkt periodiek een samenvatting van de informatie;
Afhankelijk van de ernst van een incident is er, na overleg met de Functionaris Gegevensbescherming, een meldplicht bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP);
Indien is aangesloten op de Informatieveiligheidsdienst (IBD) wordt er eveneens een procedure voor communicatie naar de Informatieveiligheidsdienst opgesteld;
De informatie verkregen uit het beoordelen van beveiligingsmeldingen wordt geëvalueerd met als doel beheersmaatregelen te verbeteren (PDCA Cyclus).
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.2
Procedure melding en omgang beveiligingsincidenten
Onderdeel van Tactisch gemeentebreed informatieveiligheidsbeleid