De in artikel 1 bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt en hij onmiddellijk vóór de aanvang van die toelage gedurende ten minste 10 jaar zonder wezenlijke onderbreking een vuilwerk- c.q. inconveniëntentoelage heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in artikel 2.
Artikel 3.
Artikel 3.
Onderdeel van VERORDENING regelende een overgangstoelage bij wegvallen/verminderen inconveniëntentoelage