Bij de aanwezigheid van een middel als genoemd in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet in een woning of lokaal die groter is dan een hoeveelheid voor eigen gebruik is in beginsel aannemelijk dat sprake is van een handelshoeveelheid bestemd voor verkoop, aflevering, verstrekking.
Woningen of lokalen waarin geen handelshoeveelheid van een middel zoals genoemd in lijst I en/of lijst II wordt aangetroffen, maar aannemelijk is dat deze wordt gebruikt ten behoeve van productie en/of handel kan worden overgegaan tot sluiting.