Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Randvoorwaarden dakterrassen

Onderdeel van Beleidsregels dakterrassen Bloemendaal 2018

De bovengenoemde afwegingen leiden tot de volgende randvoorwaarden voor het bouwen van dakterrassen. Bij tussenwoningen mag het dakterras alleen op een aan- of uitbouw aan de achterzijde van de woning worden gebouwd. Bij vrijstaande woningen, tweekappers of eindwoningen mag het dakterras op een aan- of uitbouw aan de achterzijde worden gebouwd en, in aansluiting op het vergunningsvrij bouwen, op een aan- of uitbouw aan de zijkant vanaf 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw. Bij hoekwoningen die direct aan de openbare weg grenzen, mag de terrasafscheiding op een aan- of uitbouw op de perceelsgrens naar de openbare weg worden gerealiseerd. Op de erfgrens mag een erfafscheiding van maximaal 2 meter hoog over een diepte van maximaal 2 meter vanuit de gevel worden gebouwd, teneinde inkijk in de naastgelegen woning te beperken. Er mag geen dakterras op het platte dak van een hoofdgebouw worden gebouwd. Een dakterras in de kap van een hoofdgebouw is toegestaan binnen de contouren van de gevels van dat hoofdgebouw. Aan de naar de openbare ruimte georiënteerde zijde dient een dergelijk dakterras echter in de vorm van een open loggia te worden gebouwd. De maximaal toegestane hoogte van een terrasafscheiding is 1,20 meter ten opzichte van de goothoogte van de woning of de betreffende aan- of uitbouw.

Rechtspraak bij dit artikel