Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 7.

Artikel 2:25

Evenement

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2018

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een A-, B-of C-evenement te organiseren. 2.. Van een 0-evenement is sprake indien: het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 49 personen; het evenement plaats vindt op maandag tot en met donderdag tot 23:00 uur en vrijdag, zaterdag en zondag tot 24:00 uur; tijdens de duur van het evenement enkel achtergrondmuziek ten gehore wordt gebracht; het evenement geen nadelige gevolgen heeft voor de verkeerveiligheid, de verkeersdoorstroming of de veiligheid van personen of goederen; slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object; er een organisator is; er geen andere evenementen op dezelfde locatie of in de nabijheid plaatsvindt; de organisator ten minste 20 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier; de organisator tijdens het evenement een ontvangstbevestiging van het feit dat hij een melding heeft gedaan kan tonen. 3.. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een 0-evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4.. De burgemeester kan beleidsregels stellen in verband met het organiseren van evenementen en nadere voorschriften verbinden aan de vergunning voor het evenement. 5.. De burgemeester kan evenementen aanwijzen die plaatsvinden in of in een gedeelte van een gebouw of van een vaartuig waarvoor geen vergunning nodig is, mits voor deze gebouwen of vaartuigen een omgevingvergunning brandveilig gebruik of melding brandveilig gebruik als bedoeld in het Bouwbesluit 2012 van kracht is en er sprake is van reguliere activiteiten die volledig binnen de begrenzing van één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer vallen. De burgemeester kan bij deze aanwijzing nadere eisen stellen. 6.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10  juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 7.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel