Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:15

Flankerend beleid

Onderdeel van Besluit van het college van Gennep houdende vaststelling van een sociaal statuut.

Op de medewerker voor wie in de plaatsingsprocedure geen geschikte of passende functie is gevonden, is flankerend beleid van toepassing. Concreet kunnen boven-formatieve medewerkers afspraken maken over: informatievoorziening over functies elders; het al dan niet volgen van een opleiding en het daarvoor beschikbare budget; de tijd die de boven-formatieve kandidaat beschikbaar heeft voor sollicitatieactiviteiten en andere inspanningen gericht op het vinden van een nieuwe werkkring. Deze tijd bedraagt minimaal 20% van de omvang van de aanstelling; outplacement; het al dan niet toekennen van professionele begeleiding, de tijdsinvestering en de tijdsduur daarvan; faciliteiten in tijd en geld tot omscholing indien voldoende aannemelijk is dat omscholing reële vooruitzichten biedt op een functie binnen of buiten onze gemeentelijke organisatie; tijdelijke detachering bij een andere organisatie; het verlenen van buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging voor het solliciteren bij een andere werkgever conform de afspraken in hoofdstuk 10d CAR-UWO; suppletie-uitkering: indien de bovenformatieve medewerker een functie van tenminste een gelijke betrekkingsomvang accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, vult de gemeente Gennep het bruto salaris gedurende één jaar aan tot het niveau van het bruto salaris die de medewerker genoot direct voorafgaand aan het ontslag. De bovenformatieve medewerker die een functie accepteert met een kleinere betrekkingsomvang ontvangt gedurende één jaar een aanvulling van zijn bruto salaris naar rato. Indien de bovenformatieve medewerker ontslag neemt om een eigen bedrijf te starten of als ZZP-er te beginnen, ontvangt betrokkene de eerste 6 maanden een aanvulling op de eigen inkomsten tot het niveau van het bruto salaris die hij/zij direct voorafgaand aan het ontslag genoot.

Rechtspraak bij dit artikel