De werkgever neemt, uiterlijk één week voor de implementatiedatum van de organisatiewijziging, het besluit tot plaatsing van de betrokken medewerker dan wel tot toepassing van flankerend beleid als bedoeld in artikel 1:2. De medewerker wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van dit besluit. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de medewerker zijn ingediend.
De medewerker voor wie in de plaatsingsprocedure geen passende of geschikte functie is gevonden, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk van dit besluit in kennis gesteld. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de medewerker zijn ingediend.
De medewerker kan, binnen zes weken, schriftelijk en gemotiveerd bezwaar aantekenen tegen de besluiten, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, conform de Algemene wet bestuursrecht bij het college van burgemeester en wethouders.
De werkgever zendt de medewerker die bezwaar heeft ingediend tegen de plaatsing een ontvangstbevestiging en stelt de bezwarencommissie, als bedoeld in artikel 5:1, van het bezwaar in kennis, met het verzoek daarover advies uit te brengen.
Zolang de bezwarencommissie het bezwaar in behandeling heeft en geen advies heeft uitgebracht, blijft de verplichting tot het verrichten van de opgedragen werkzaamheden, op grond van lid 1, aanwezig. Indien geen plaatsing heeft plaatsgevonden kan de medewerker alsnog door de werkgever voorlopig in een functie worden geplaatst.
Hoofdstuk 4
Artikel 4:5
Plaatsingsbesluiten
Onderdeel van Besluit van het college van Gennep houdende vaststelling van een sociaal statuut.