Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.

Begrippen

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2018

In dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan onder: verordening: Afvalstoffenverordening 2018 Pijnacker-Nootdorp; overdragen: het ter inzameling aanbieden van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen locatie; inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden; gebruiker: degene die feitelijk gebruik maakt van inzamelvoorzieningen en inzamelmiddelen vanwege een perceel binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp; perceel: ieder gebouw of gedeelte van een gebouw, waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan, geheel bestemd tot zelfstandige bewoning, waarvoor een afvalstoffenheffing wordt opgelegd op grond van de dan geldende Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten; inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van één ontdoener, dat gebruikt worden om afvalstoffen gescheiden per bestanddeel te verzamelen en aan te bieden; minicontainer: een twee-wiel rolcontainer van 240 liter (of naar keuze van de gebruiker van het perceel 140 liter) bestemd als inzamelmiddel; verzamelcontainer: een container ten behoeve van meerdere percelen, bestemd als inzamelmiddel; inzamelvoorziening: een voor de inzameling van bestanddelen van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, ten behoeve van meerdere ontdoeners; (inzamel-)locatie: de locatie voor het ter inzameling aanbieden of achterlaten van afvalstoffen, zoals een clusterplaats voor meerdere inzamelmiddelen, een milieupark met meerdere inzamelvoorzieningen of een afvalbrengstation; afvalbrengstation: de plaats zoals genoemd in artikel 10.22, eerste lid onder b Wet milieubeheer, waar gelegenheid wordt geboden om grove huishoudelijke afvalstoffen gescheiden per bestanddeel achter te laten; ontdoener: een huishouden of rechtspersoon die afvalstoffen overdraagt; inzamelaar: de in artikel 4 van de verordening genoemde inzameldienst; huishoudelijk afval: afval afkomstig uit particuliere huishoudens; bestanddeel: afvalstoffen van een zodanig vergelijkbare kwaliteit dat hiervoor een vergelijkbare verwerking of hergebruiksmogelijkheid bestaat; GFTE: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld, te weten groente-, fruit-, tuinafval en etensresten; grof tuinafval: plantaardige of organische afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder GFTE-afval en vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals grof loofafval, snoeihout, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen; OPK: huishoudelijk oud papier en karton met uitzondering van drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal en/of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl, fotopapier en doorslagpapier, dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties; PMD: de mix van kunststof verpakkingsafval, zoals bedoeld in het kader van de raamovereenkomst verpakkingen, inclusief metalen verpakkingen en drankkartons; glas: al dan niet op kleur gescheiden eenmalig verpakkingsglas; TEX: textiel, te weten kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen; GHA: grof huishoudelijk afval, te weten volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden; KCA: klein chemisch afval, te weten huishoudelijk afval zoals vermeld op de KCA-lijst van het ministerie van VROM; AEEA: afgedankte elektrische en elektronische apparatuur zoals genoemd in de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur; A-hout: onbewerkt hout; B-hout: hardboard, zachtboard, spaanplaat, vezelplaat, geperst hout, gebruikte meubels (geen rotan), geverfd hout, deuren, kozijnen (zonder glas en aluminium), niet-geïmpregneerd houtafval, sloophout, triplex en multiplex; C-hout: verduurzaamd of geïmpregneerd hout, te herkennen aan groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout; dakafval: bitumen en dakgrind; restafval: het bestanddeel van huishoudelijk afval zonder de bestanddelen die afzonderlijk ingezameld moeten worden; straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, hondenuitwerpselen, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel; bedrijfsafval: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijk afval of straatafval; bouw- en sloopafval: gemengd steenachtig materiaal/puin, niet zijnde asfalt en niet zijnde gips, afkomstig van nieuwbouw-, verbouw- of sloopwerkzaamheden door een particulier huishouden; wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel