Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 2.2

Artikel 5.

Gebruik van de inzamelmiddelen en -voorzieningen

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2018

1.. De gebruiker van een perceel is verantwoordelijk voor het juiste gebruik en het onderhoud van de inzamelmiddelen. 2.. De inzamelmiddelen mogen alleen zodanig gebruikt worden dat hierdoor geen overlast voor derden ontstaat. 3.. De inzamelmiddelen mogen alleen gereinigd worden met koud of warm water. 4.. Schade ten gevolge van het verkeerd gebruik en/of reinigen van een inzamelmiddel komt ten laste van de gebruiker(s). 5.. De inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen blijven eigendom van de inzamelaar en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden. 6.. De inzamelmiddelen zijn door de inzamelaar voorzien van (digitale) herkenningstekens waarop staat vermeld: de bestanddelen waarvoor de minicontainer is bestemd; het volume van de minicontainer; de betreffende straatnaam; het betreffende huisnummer; de betreffende postcode; de betreffende plaatsnaam. 7.. De verstrekte inzamelmiddelen behoren bij het op het herkenningsteken aangegeven perceel en moeten bij verhuizing achtergelaten worden bij dit perceel. 8.. De gebruiker van een perceel dient zich tot de klantenservice van de inzamelaar te wenden: indien bij een verhuizing naar een perceel: geen inzamelmiddel wordt aangetroffen; een kapot inzamelmiddel wordt aangetroffen. bij verdwijning, vermissing of beschadiging van het inzamelmiddel.

Rechtspraak bij dit artikel