Onverminderd de bepalingen in artikel 7 kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening als:
het traject schuldhulpverlening succesvol is afgerond;
de verzoeker overlijdt;
de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is;
indien de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht;
de schuldenaar niet langer voldoet aan het bepaalde in artikel 2;
verzoeker verzoekt om beëindiging.