Naar hoofdinhoud
1.. Het dagelijks bestuur legt over elk kalenderjaar verantwoording af over de inkomsten en de uitgaven onder overlegging van de daarop betrekking hebbende bescheiden. 2.. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar de getrouwheid en rechtmatigheid van de baten en lasten ingesteld door een daartoe overeenkomstig het bepaalde in artikel 213 Gemeentewet aangewezen accountant. 3.. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpjaarrekening vóór 1 april aan de colleges en via deze aan de raden van de deelnemers. 4.. De deelnemers kunnen het dagelijks bestuur uiterlijk voor 1 juni hun zienswijze over de ontwerpjaarrekening toesturen. 5.. Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 15 juni, de ontwerpjaarrekening en de opmerkingen van de deelnemers aan het algemeen bestuur. 6.. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vóór 1 juli vast. De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden. Het dagelijks bestuur doet van de vaststelling mededeling aan de deelnemers. 7.. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 juli de vastgestelde jaarrekening aan gedeputeerde staten.

Rechtspraak bij dit artikel