Bij het beoordelen van een aanvraag voor een vergunning aan het bepaalde in artikel 1:8 juncto artikel 5:18 tweede en derde lid van de APV wordt getoetst aan de volgende criteria:
In het belang van de openbare orde en de openbare veiligheid kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:
de doorgang (minimaal 3,5m) voor hulpdiensten als politie, brandweer, ambulance wordt belemmerd;
de toegang tot gebouwen wordt belemmerd;
het zicht op etalages en terrassen wordt belemmerd;
de aangevraagde standplaats het uitzicht belemmert op kruisingen, oversteekplaatsen of uitritten en dergelijke`;
de aangevraagde standplaats langs een belangrijke verkeersader ligt;
het uitzicht vanuit woningen en kantoren wordt belemmerd;
indien niet voldaan wordt aan de gestelde brandveiligheidsvoorschriften, zoals gesteld in het Besluit Brandveilig gebruik overige plaatsen (afstand gasflessen);
de aangevraagde standplaats leidt tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk;
de aangevraagde standplaats is gelegen op een locatie, welke is aangewezen ten behoeve van ‘belanghebbenden parkeren’;
in de directe omgeving van de aangevraagde standplaats onvoldoende parkeergelegenheid is voor klanten met gemotoriseerd vervoer;
de ter plaatse benodigde vrije doorgang voor het verkeer (zowel voetgangers, fietsers als gemotoriseerd verkeer) wordt belemmerd met een minimale vrije doorgang van 1.20 meter ten behoeve van rolstoelen, rollators en scootmobielen en/of een ruimte van minimaal 50 centimeter bij een blindengeleidestrook;
de standplaats anderszins verstorend of verwarrend werkt op de verkeerskundige inrichting ter plaatse of anderszins leidt tot onveilige verkeersituaties of onveilig verkeersgedrag.
In het belang van het voorkómen of beperken van overlast kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:
geur- of geluidshinder of enige andere vorm van overlast te verwachten is voor gebruikers of zakelijk gerechtigden van in de nabijheid van de standplaats gelegen onroerende zaken en deze hinder niet afdoende kan worden beperkt door het stellen van voorwaarden;
de rust in nabijgelegen woningen en andere gebouwen wordt verstoord.
In het belang van het waarborgen van een redelijk verzorgingsniveau voor de consument kan een vergunning tot het innemen van een standplaats worden geweigerd, indien:
in de directe nabijheid (binnen een afstand van 500 meter) een door de gemeente ingestelde week- of jaarmarkt wordt gehouden (tijdens marktdagen);
de honorering van de aanvraag resulteert in verkapte (week)marktvorming doordat er vanuit meer dan twee verkoopwagens en/of kramen, die zich op minder dan 50 meter afstand van elkaar bevinden, gelijktijdige verkoop plaatsvindt;
Het voorzieningenniveau en productaanbod van het winkelsegment voldoende is.
Het bestaan van de winkel in eenzelfde branche in gevaar komt door het verlenen van een standplaatsvergunning.
Vanwege strijdigheid met een geldend bestemmingplan wordt een aanvraag voor een vergunning tot het innemen van een standplaats geweigerd, tenzij er een omgevingsvergunning verleend kan worden om af te wijken van het bestemmingsplan.
In het belang van openbare orde en milieu kunnen aanvragen voor nieuwe standplaatsen worden geweigerd indien deze zich bevinden binnen een afstand van 200 meter van andere standplaatsen waarvoor reeds een vergunning is afgegeven.
Hoofdstuk 2
Artikel 3.
Toetsingskader aanvraag
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Hardinxveld-Giessendam