Naar hoofdinhoud
De inkomsten (winst) worden per maand volledig gekort, waarbij al rekening wordt gehouden met fiscale consequenties. Dit gebeurt door: aangeleverde daadwerkelijke inkomsten per maand of een schatting over een langere periode op grond van een betrouwbare prognose. De inkomsten dienen te worden gekort als: inkomsten uit arbeid. Werkgever is de ondernemer zelf. Dit betekent dat op alle inkomsten uit PTO het percentage bruto-netto op de inkomsten in mindering wordt gebracht, zoals dat is vermeld in artikel 6 Bbz 2004. Met uitzondering van de IOAW die een bruto uitbetalingssystematiek kent. De zelfstandige reserveert dit bedrag, het verschil tussen de inkomsten uit zelfstandige activiteiten en de vermindering als bedoeld in artikel 6 Bbz 2004, zelf voor de betaling van inkomstenbelasting. Noodzakelijke kosten zoals vermeld in artikel 9 mogen als kosten in mindering worden gebracht op de omzet. De inkomsten worden definitief afgerekend op jaarbasis, gelijklopend aan een boekjaar, conform de werkwijze in het kader van het Bbz 2004. Mocht uit de jaarcijfers blijken dat teveel bijstand is verstrekt dan vordert het college dit terug met toepassing van artikel 58 lid 2 Pw/artikel 25 lid 2 IOAW. Bij te weinig verstrekte bijstand vindt een nabetaling plaats. Er vindt geen verliescompensatie plaats. De inkomstenvrijlating uit de Pw is van toepassing conform artikel 31, lid 2 onderdeel n en r, van de Pw of artikel 9, 2e lid en 5e lid, van de IOAW, indien hier naar oordeel van het college recht op bestaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel