Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:
a. op verzoek van de vergunninghouder;
b. wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend;
c. wanneer het motorvoertuig, ten aanzien waarvan een vergunning is verleend, in het register als genoemd in artikel 1, onder d, op een andere naam wordt ingeschreven. De vergunninghouder dient hier direct melding van te doen aan burgemeester en wethouders;
d. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
e. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
f. wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;
g. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
h. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
i. om redenen van openbaar belang.
Hoofdstuk
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van VERORDENING OP HET GEBRUIK VAN PARKEERPLAATSEN EN DE VERLENING VAN VERGUNNINGEN VOOR HET PARKEREN