**1..** De voorzitter van de commissie , of namens hem de secretaris, bepaalt de datum, de plaats en het tijdstip van de zitting waarin belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich - in beginsel in elkaars aanwezigheid - door de commissie te laten horen.
** 2. .** De voorzitter beslist, in overleg met de commissie, over de toepassing van de artikelen 7:3 en 9:10 van de Algemene wet bestuursrecht.
** 3. .** Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan belanghebbenden en het verwerend orgaan.
** 4. .** Op verzoek van partijen, dan wel ambtshalve door de commissie , kunnen partijen afzonderlijk worden gehoord, indien aannemelijk is dat het gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren of dat tijdens het horen feiten of omstandigheden bekend zullen worden waarvan geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Op een dergelijk verzoek beslist de voorzitter van de commissie.