Het college weigert een voorziening genoemd in artikel 4.1:
indien de beperking of het probleem voortvloeit uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
indien de belemmeringen niet in de woning zelf, of bij de toegang tot de woning of de berging, worden ondervonden;
indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de aanvrager verhuist vanuit een woning waarin en waaromheen hij in staat is zich te verplaatsen, tenzij deze verhuizing noodzakelijk is;
indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en deze verhuizing, of de acceptatie van de nieuwe woning, heeft plaatsgevonden voordat het college een besluit heeft genomen naar aanleiding van de aanvraag, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden;
indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de aanvrager niet verhuist naar de voor hem op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor de verhuizing;
indien de aanvraag betrekking heeft op de kosten van verhuizing en de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de aanvrager verhuist naar een woning die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden;
indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de aanvrager verhuist naar een verzorgingshuis, een andere AWBZ-instelling of naar een bij die instelling horende (aanleun)-woning;
indien de aanvraag betrekking heeft op een AWBZ-instelling, hotels/pensions, trekkers-woonwagens, vakantiewoningen en tweede woningen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6
Weigeringsgronden
Onderdeel van VERORDENING voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Lelystad