Op grond van de APV is het verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Ook als men op particuliere grond een standplaats wil innemen dan heeft men een vergunning van het college nodig. Het standplaatsenbeleid heeft als doel duidelijke en goed gemotiveerde criteria aan te geven op basis waarvan standplaatsen worden toegestaan. Het beleid beoogt de rechtszekerheid te vergroten en is daarmee (her-) kenbaar, voorspelbaar en controleerbaar voor burgers.
De gemeente kan (mits gemotiveerd) het standplaatsenbeleid op vele manieren vormgeven. In beginsel kan er zelfs worden gekozen geen afzonderlijk standplaatsenbeleid te formuleren maar per keer te toetsen (op basis van APV, vigerend bestemmingsplan, etc.). Dit laatste biedt echter weinig duidelijkheid en rechtszekerheid voor burgers en vraagt per keer om een afzonderlijke afweging en motivering.
Er is een onderscheid tussen locaties waar standplaatsen zijn toegestaan en vergunningen voor standplaatsen. Voor één locatie kunnen meerdere vergunningen worden verstrekt (dagdelen). Vergunningen kunnen worden verstrekt voor het hele jaar (permanent), een nader omschreven deel van het jaar (semipermanent) of incidenteel (maximaal 14 dagen).
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2 Doel standplaatsenbeleid
Artikel 1.2 Doel standplaatsenbeleid
Onderdeel van Standplaatsenbeleid 2017