Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2 Beleid (semi) permanente en incidentele standplaatsen

Artikel 2.2 Beleid (semi) permanente en incidentele standplaatsen

Onderdeel van Standplaatsenbeleid 2017

Het beleid maakt onderscheid tussen permanente, semi-permanente en incidentele standplaatsen. (Permanente) standplaats: een standplaats die voor een vaste dag voor het gehele jaar wordt uitgegeven. Semi- permanente standplaats: een standplaats die voor een bepaald, nader aangegeven, gedeelte van het jaar wordt uitgegeven vanwege recreatieve doeleinden. Incidentele standplaats: een standplaats die, behoudens nader benoemde uitzonderingen, voor maximaal 14 dagen (al dan niet aaneengesloten) wordt uitgegeven. De standplaats moet een incidenteel karakter hebben, dat wil zeggen, gekoppeld zijn aan een periode van het jaar, de opening van een winkel of promotionele doeleinden of kerstbomenverkoop en naar tijd beperkt zijn. Vanuit de beschreven uitgangspunten in paragraaf 2.1 wordt het volgende standplaatsenbeleid voor zowel semi-permanente als permanente standplaatsen ingesteld: Permanente standplaatsen zijn toegestaan in de recreatieve en boodschappen winkelgebieden uit de hoofdstructuur van de Retailvisie, dit zijn: Katwijk aan Zee, Hoornespassage, Melkweg, De Hoftuin, Koopcentrum Oegstgeesterweg, Hoofdstraat Valkenburg, Visserijkade en Bosplein. Per winkelgebied wordt maximaal één standplaats toegestaan. Behalve als onderdeel van de detailhandelsstructuur voor inwoners en regiobezoekers, kunnen standplaatsen een toegevoegde waarde hebben voor publieksattracties buiten winkelgebieden. In het verleden zijn er enkele (semi-)permanente standplaatsen toegestaan op andere locaties in verband met recreatieve doeleinden. Omdat het beleid erop gericht is detailhandelsaankopen zoveel mogelijk in winkelgebieden te laten plaatsvinden, is voor een terughoudend beleid gekozen. Zo kunnen de toeristische bezoekers (strand, duinen) die trek hebben in een ijsje of een vis, substantieel bijdragen aan het functioneren en de attractiviteit van het toeristisch-recreatieve centrum van Katwijk. Hoewel er (evenals dat dat bij winkels het geval is) vraag kan bestaan naar een standplaats buiten een winkelgebied, wordt hierin in beginsel niet (extra) in voorzien. Voor de gehele gemeente geldt, dat alle branches zijn toegestaan op de verschillende locaties, met uitzondering van branche 1 en 2 in verband met geuroverlast. Per permanente standplaats wordt per week maximaal één vergunning per dag verstrekt. Daarbij dient elke dag van de week een andere branche een standplaats in te nemen. Hiermee krijgen meerdere ambulante handelaren de kans en wordt het mogelijk de consument in het betreffende centrum gedurende de week een gevarieerd aanvullend aanbod aan te bieden.  Er is daarbij een onderverdeling in branches gemaakt. De indeling is als volgt: Branche 1: Snacks en aanverwante artikelen (frites, loempia’s, kip, shoarma, etc.) Branche 2: Visproducten Branche 3: Groenten en fruit Branche 4: Bloemen en planten Branche 5: Overige food (o.a. kaas, brood, suikerwaren, etc.) Branche 6: Non food (diensten en detailhandelsgoederen o.a. tassen, kleding, schoenen, fietsartikelen, etc.) Seizoen producten: Oliebollen en kerstgroen Op basis van bestaande rechten mag bij semi-permanente standplaatsen iedere dag dezelfde branche standplaats innemen. Wijziging van ondernemer brengt hier geen verandering in. Op marktdagen wordt in betreffend winkelgebied geen standplaatsvergunning verstrekt. Het kan voorkomen dat er standplaatsvergunningen zijn verstrekt die in strijd zijn met dit beleid in verband met branchering. Bestaande rechten kunnen echter worden voortgezet. Hieraan wordt niet getornd. Zodra een ondernemer besluit geen gebruik meer te maken van zjin standplaats zal geen vergunning meer worden afgegeven in strijd met het beleid.

Rechtspraak bij dit artikel