Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3 Voorschriften

Artikel 3.3 Voorschriften

Onderdeel van Standplaatsenbeleid 2017

Aan een vergunning kunnen op basis van de APV voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. De voorschriften die gesteld worden hebben onder andere betrekking op de geldigheid van de vergunning, de dag(en) dat de standplaats mag worden ingenomen, de wijze waarop de standplaats dient te worden schoongehouden, het karakter van de vergunning (persoonsgebonden), de eisen die de brandweer aan een vergunning stelt. Verder dient men zich te houden aan het Standplaatsenreglement van de gemeente Katwijk, welke als bijlage 2 bij dit beleid is gevoegd. De vergunning draagt een persoonlijk karakter. Dat wil zeggen dat de vergunninghouder daadwerkelijk zelf de standplaats moet innemen en hij of zij zijn/haar rechten niet aan een ander kan overdragen. Uitzondering hierop vormt de overdracht van de vergunning aan echtgeno(o)t(e), partner of bloed- of aanverwant in de eerste graad. Wanneer aan een rechtspersoon vergunning is verleend, moet de standplaats ingenomen worden door een natuurlijk persoon, die een overwegende invloed heeft op de bedrijfsuitvoering en het besluitvormingsproces binnen de rechtspersoon. De naam van deze persoon wordt in de vergunning vermeld. Niet-naleving van de voorschriften kan ertoe leiden dat de vergunning, nadat de vergunninghouder is gehoord, wordt ingetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel