De gemeente Katwijk wordt regelmatig geconfronteerd met verzoeken voor een standplaats. Het college is op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: de APV) bevoegd vergunning te verlenen voor het innemen of hebben van een standplaats. Op grond van de APV kan het college aan deze vergunning voorschriften en beperkingen verbinden. Een vergunning is noodzakelijk omdat het innemen van een standplaats overlast/hinder (geluidsoverlast, stankoverlast, verkeershinder, overlast door zwerfafval etc.) kan veroorzaken.
De voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang in verband waarmee de vergunning is vereist.
In 2007 is het beleid inzake standplaatsen, venten en snuffelmarkten 2007 vastgesteld. Dit beleid is verouderd. Het oude beleid is niet meer in overeenstemming met het wettelijk kader. Ook spelen er vele nieuwe ontwikkelingen in de detailhandel waarop het standplaatsenbeleid ook moet inspelen. Om die reden is er nieuw standplaatsenbeleid opgesteld.
Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Een vaste plaats op een (jaar)markt, tijdens een snuffelmarkt of tijdens een evenement valt hier niet onder.