Voor het innemen of hebben van een standplaats is een vergunning vereist. De aanvraag dient schriftelijk dan wel digitaal te gebeuren middels het daartoe vastgestelde formulier (art. 4:4 Awb), welke als bijlage 1, bij dit beleid is gevoegd.
Vervolgens doorloopt de aanvraag een aantal stappen:
toets op ontvankelijkheid
besluit
publicatie van het besluit
Elk van deze stappen wordt hierna kort toegelicht.
Conform artikel 4:1 en 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht dient de aanvraag schriftelijk te worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. De aanvraag moet zijn ondertekend en moet ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevatten en de dagtekening. Daarnaast moeten de stukken worden verschaft die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het betreft hier ten minste:
Een volledig ingevuld aanvraagformulier;
Een kopie van het geldige legitimatiebewijs van de aanvrager(s);
Een kopie van het verblijfsdocument waarin is beschreven dat de aanvrager(s) de bevoegdheid heeft om in Nederland te mogen werken c.q. te ondernemen (indien van toepassing);
Een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat de aanvrager(s) staat ingeschreven als ambulant handelaar;
een foto van de verkoopinrichting;
Informatie die reeds bij de gemeente aanwezig en die niet is gewijzigd, hoeft niet opnieuw te worden ingediend.
Het college kan op grond van artikel 4:5 Awb besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking. Alvorens hier toe te besluiten wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om binnen een door het college gestelde termijn de aanvraag aan te vullen.
Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
Het college beslist op de aanvraag binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Mocht deze termijn onverhoopt niet haalbaar blijken, dan kan de beslissing voor ten hoogste 8 weken worden verdaagt (art. 1:2 APV).
De aanvraag wordt getoetst aan de APV en de daarop gebaseerde beleidsregels en aan de overige relevante wetgeving. Tenzij er argumenten zijn om de vergunning te weigeren, zal deze worden verleend. Gedurende zes weken na de verzenddatum van het besluit bestaat er voor de belanghebbenden de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen.
Op basis van een uitspraak van de Raad van State november 2016 moeten zogenaamde schaarse vergunningen voor bepaalde tijd worden afgegeven. Een standplaatsvergunning is zo’n schaarse vergunning. Bij de inwerkingtreding van dit nieuwe standplaatsenbeleid zullen nieuwe standplaatsen voor bepaalde tijd worden uitgegeven. In verband met het bedrijfsdebiet van de vergunninghouder wordt de duur van de vergunning in beginsel vastgesteld op 5 jaar. Bij verandering van omstandigheden of inzichten kan, na het verlenen van de vergunning, de vergunning altijd nog worden ingetrokken of gewijzigd op grond van artikel 1:6 APV.
Het besluit van een verleende standplaatsvergunning wordt gepubliceerd. Gedurende zes weken na de verzenddatum van het besluit bestaat er voor de belanghebbenden de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen.