Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3.

Rechtspositie individueel

Onderdeel van Sociaal Plan herindeling gemeenten Rijnwaarden en Zevenaar

1.. De medewerker behoudt de vorm en omvang van zijn aanstelling zoals deze geldt op 31 december 2017. 2.. Deeltijders die een tijdelijke urenuitbreiding hebben tot aan de datum herindeling kunnen slechts rechten ontlenen aan het oorspronkelijk aantal uren waarop zij zijn aangesteld. Er geldt geen inspanningsverplichting bij het plaatsen van deze medewerkers voor de extra uren die zij op tijdelijke basis verrichten. 3.. De op grond van aan dit Sociaal Plan te ontlenen individuele rechten kunnen een langere doorlooptijd hebben dan de looptijd van dit Sociaal Plan. Deze worden schriftelijk vastgelegd in een bijlage bij het plaatsing/aanstellingsbesluit. 4.. Bij plaatsing in een functie in de nieuwe organisatie behoudt de medewerker het recht op het salaris en het salarisperspectief zoals dit voor hem gold in de functie die hij vervulde op de dag voorafgaande aan de datum herindeling. Het verschil tussen de oude en de nieuwe salarisschaal wordt aangemerkt als garantietoelage. Een medewerker die op eigen verzoek in een functie met een lager salaris wordt geplaatst heeft geen recht op een garantietoelage. 5.. Voor de boventallig verklaarde medewerker, bedoeld in artikel 4.14 van dit sociaal plan, geldt dat hij gedurende het Van-Werk-Naar-Werk-traject recht heeft op het salaris en het salarisperspectief zoals dit voor hem gold in de functie die hij vervulde op de dag voorafgaande aan de datum besluit boventalligverklaring. 6.. Voor de boventallig verklaarde medewerker die herplaatst wordt in een functie met een lager maximumsalaris geldt dat hij het recht behoudt op het salaris en het salarisperspectief zoals dit voor hem gold in de functie die hij vervulde op de dag voorafgaand aan de datum van boventalligverklaring. Het verschil tussen de oude en de nieuwe salarisschaal wordt aangemerkt als garantietoelage. 7.. Bij plaatsing in een functie in de nieuwe organisatie dan wel bij herplaatsing bij boventalligheid, behoudt de medewerker het recht op eventueel eerder toegekende persoonsgebonden toelagen en eerder toegekende garantietoelagen. 8.. Indien aan de nieuwe functie, waarin de medewerker wordt geplaatst, een hogere salarisschaal is verbonden, komt een toegekende persoonsgebonden toelage c.q. garantietoelage te vervallen. De medewerker wordt dan zodanig ingeschaald in de nieuwe salarisschaal, dat zijn nieuwe salaris in ieder geval niet lager is dan het salaris dat hij in zijn oude functie zou hebben genoten, inclusief de persoonlijke toelage c.q. garantietoelage. Indien het salaris dat de medewerker zou hebben genoten in de oude salarisschaal vermeerderd met voornoemde toelage(n) het maximum bedrag van de nieuwe salarisschaal te boven gaat, wordt voor dat meerdere gedeelte een nieuwe garantietoelage toegekend. 9.. De aan de functie van de medewerker op 31 december 2017 verbonden toelagen (geen onkostenvergoedingen) worden per 1 januari 2018 bepaald op het niveau van de toelagen verbonden aan de functie waarin de medewerker in de nieuwe organisatie geplaatst is, op grond van de nieuwe rechtspositie. Als aan de oude functie toelagen waren verbonden die niet aan de nieuwe functie zijn verbonden, worden deze afgebouwd volgens de regels in hoofdstuk 3 CAR-UWO. 10.. De op 31 december 2017 lopende individuele afspraken met betrekking tot scholing, vorming of opleiding zullen worden gerespecteerd. Als de medewerker een opleiding als gevolg van de plaatsing en na toestemming van de werkgever beëindigt, geldt geen terugbetalingsverplichting. 11.. De plaatsingsprocedure voor de plaatsing van de griffiemedewerkers vindt plaats overeenkomstig en gelijktijdig met de procedure die geldt voor functieboek 2. 12.. Voor de plaatsing hebben medewerkers die werkzaam zijn bij de griffie en medewerkers die werkzaam zijn bij de collegeorganisatie dezelfde rechten en plichten en is er geen sprake van een voorrangspositie voor een van beide groepen. 13.. De medewerker die als gevolg van plaatsing in de nieuwe organisatie een grotere reisafstand woon- werk moet afleggen dan tijdens de aanstelling bij de oude werkgever, ontvangt over de meer-kilometers ( kortste route) een vergoeding. De vergoeding bedraagt € 0,19 (netto) per kilometer en wordt in vier jaar volledig afgebouwd op de volgende wijze: 2018: 100% 2019: 75% 2020: 50% 2021: 25%

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel