Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Het tegengaan van benadeling van de melder en de contactpersoon integriteit

Onderdeel van Regeling melden vermoeden misstand Drechtsteden/ Zuid-Holland Zuid 2016

De contactpersoon integriteit bespreekt samen met de melder welke risico’s op benadeling aanwezig zijn, op welke wijze die risico’s verminderd kunnen worden en wat de werknemer kan doen als hij van mening is dat sprake is van benadeling. Als de melder vindt dat er daadwerkelijk sprake is van benadeling, kan hij dat bespreken met de contactpersoon integriteit. De contactpersoon integriteit en de melder bespreken welke maatregelen genomen kunnen worden om benadeling tegen te gaan. De contactpersoon integriteit maakt een verslag van deze bespreking en stuurt dit na goedkeuring door de melder naar de bestuurder. De melder heeft recht op juridische bijstand wanneer hij als gevolg van het te goede trouw melden van een vermoeden van een misstand nadelige gevolgen ondervindt in zijn rechtspositie, tijdens en/of na het volgen van deze regeling. De contactpersoon integriteit heeft recht op juridische bijstand wanneer hij vanwege het uitoefenen van de in deze regeling beschreven taken nadelige gevolgen ondervindt in zijn rechtspositie, tijdens en/of na het volgen van deze regeling. De juridische bijstand als bedoeld in de leden 4 en 5 wordt gefinancierd door de organisatie waar hij werkzaam is. De bestuurder zorgt ervoor dat maatregelen die nodig zijn om benadeling tegen te gaan worden genomen.

Rechtspraak bij dit artikel