Naar hoofdinhoud

Artikel 3.1

Het kopen van een fiets

Onderdeel van Regeling lokale IKB doelen 2018

1.. De medewerker kan 24 maanden na de datum van indiensttreding voor het eerst het IKB gebruiken voor de aanschaf van een fiets. 2.. Aan de medewerker, die voldoet aan de hierna in 3.1.3 gestelde voorwaarden, kan op zijn verzoek een fiets worden verstrekt. 3.. De voorwaarden, waaraan ingevolge lid 3.1.2 dient te worden voldaan zijn: Door deze keuze te maken verklaart de medewerker dat de fiets op meer dan de helft van het aantal dagen waarop hij zijn werkzaamheden verricht wordt gebruikt voor woon-/werkverkeer. De keuze van het type fiets is in die zin beperkt, dat de medewerker geen kinderfietsen of motorisch aangedreven fietsen mag kiezen. Fietsen met elektrische trapondersteuning, ook wel e-bikes genaamd, zijn toegestaan. De medewerker mag eenmaal in de drie jaar voor de aanschaf van een fiets maximaal € 1150,- besteden. In dit bedrag zijn eventuele met de fiets samenhangende zaken en een fietsverzekering inbegrepen. De medewerker kan een duurdere fiets aanschaffen, het fiscaal uit te ruilen bedrag is gemaximeerd op € 1150,-. De medewerker kan de keuze alleen maken indien hij voldoende IKB heeft. 4.. De aanschaf van de fiets en eventueel daarmee samenhangende zaken geschiedt door de medewerker. De koop kan bij elke fietshandelaar geschieden die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 5.. De medewerker dient bij de keuze de factuur en het betalingsbewijs van de fiets te overleggen, dit doet hij in het Flex Benefits digitale keuzesysteem.

Rechtspraak bij dit artikel