De in artikel 2 in lid 1 van deze verordening gestelde verboden gelden niet voor:
beplanting gelegen in een bos met de bestemming bos;
houtopstanden gelegen in de bestemmingen:
wegen en/of verkeer;
(dag- en verblijfs-) recreatie;
sport;
natuur;
water.
het vellen van coniferen, fruitbomen, wilg(en) en populier(en), met uitzondering van een boomgaard(en), knotwilg(en) en grove den(en);
één of meerdere bomen die staan op een kavel waarop een woonhuis staat en waarvan de oppervlakte van het kadastrale perceel minder dan 500m2 bedraagt;
één of meerdere bomen, niet behorend tot een landschapselement, met een stamdiameter tot 40 centimeter gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld;
bestendig beheer en dunnen, mits de stamdiameter van de bomen niet meer dan 40 centimeter bedraagt, gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld;
het vellen van bomen, of het verwijderen van een landschapselement, ter uitvoering van een door het college of de gemeenteraad van Wierden vastgesteld ruimtelijkplan en/of een groenplan.
noodkap: kappen en snoeien van (delen van) bomen vanwege aantoonbaar gevaar voor de mens en/of de omgeving.