Indien in strijd met artikel 2 van deze verordening is gehandeld, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond en/of de overtreder de verplichting opleggen de beeldbepalende, landschappelijke en of cultuurhistorische waarden te herstellen overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn.
Het bevoegd gezag kan het bovenstaande lid ook van toepassing verklaren in het geval er niet aan de voorschriften, zoals bedoeld in artikel 5 van deze verordening, is voldaan.