Naar hoofdinhoud
1.. In de melding als bedoeld in artikel 2, moet staan: Het adres van de woning/erf van waaruit de overlast wordt veroorzaakt De naam/namen van de (vermoedelijke) veroorzaker/veroorzakers De aard van de overlast De ernst van de overlast, hoe vaak het voorkomt en wanneer het is voorgekomen Wat de melder heeft ondernomen om de overlast te beëindigen. 2.. De melding wordt onderzocht en beoordeeld. De AOV’er wint bij de melder informatie in over de melding om een scherp beeld te krijgen van de situatie. Dat wil zeggen de aard, de ernst, de frequentie en de veroorzaker(s) van de overlast. 3.. De AOV’er bekijkt in overleg met de burgemeester welke aanpak mogelijk is om een einde te maken aan de overlast en of er sprake is van een voorliggende voorziening of dat de melding wordt doorgezet naar een hulpverleningsinstantie. Mediation of hulpverlening in combinatie met handhaving is ook een mogelijke aanpak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel