Naar hoofdinhoud
Deze beleidsregel ziet op de bevoegdheid tot het sluiten van panden door de burgemeester bij verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezig zijn van een middel als bedoeld in lijst I of II vanuit woningen of lokalen en daarbij behorende erven. Doel Dit handhavingsbeleid heeft tot doel: het teniet doen van de naamsbekendheid van en de aanloop van en naar het drugspand; te realiseren dat geconstateerde overtredingen gevolgd worden door een reactie die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de aard en de ernst van de overtreding (proportionaliteit en subsidiariteit); te bewerkstelligen dat er door de gekozen bestuursdwangmaatregel een einde komt aan de verboden situatie ter bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat; te bewerkstelligen dat herhaling van de overtreding wordt voorkomen; kenbaar te maken aan de burger welke maatregel hij van de overheid kan verwachten na een overtreding; de handhavingsactiviteiten van politie, openbaar ministerie en gemeente op elkaar af te stemmen en complementair te laten zijn. Last onder bestuursdwang Zoals de redactie van artikel 13b Opiumwet aangeeft, heeft de burgemeester voor de handhaving van de handel in drugs in panden de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen. Om betrokkenen niet in de gelegenheid te stellen een financiële belangenafweging te maken en vanwege het gewenste effect van de last onder bestuursdwang, wordt er in beginsel geen gebruik gemaakt van het opleggen van een last onder dwangsom. Zienswijzen/spoedeisende bestuursdwang Al naar gelang de omstandigheden van het geval kan gekozen worden voor toepassing van spoedeisende bestuursdwang of wordt alvorens tot besluitvorming over te gaan de belanghebbende in de gelegenheid gesteld een zienswijze kenbaar te maken. In de artikelen 5:21 e.v. Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn de procedureregels opgenomen die gevolgd moeten worden, indien tot toepassing van bestuursdwang wordt overgegaan. Categorieën in beleid Het beleid betreffende de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet wordt onderverdeeld in de volgende categorieën: Woningen en bijbehorende erven: de drugshandel in woningen dan wel bij woningen behorende erven; Lokalen en bijbehorende erven: de drugshandel in (al dan niet voor het publiek opengestelde) lokalen dan wel in of bij zodanige lokalen behorende erven. Definities ‘Drugs’ Een middel als bedoeld in lijst I of II behorende bij de Opiumwet. ‘Drugshandel’ In deze beleidsregel wordt onder ‘drugshandel’ verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezigheid van een middel als bedoeld in lijst I of II behorende bij de Opiumwet in een woning of lokaal en/of de daarbij behorende erven. ‘Woning’ De wetgever heeft ervan afgezien het begrip ‘woning’ te definiëren. De burgemeester verstaat in het kader van de bestuurlijke handhaving van de Opiumwet onder een ‘woning’: een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat voor bewoning wordt gebruikt (woongenot) en mag worden gebruikt. Of een woning in de aangetroffen staat wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse, zoals dat veelal wordt verwoord in het rapport van bevindingen dan wel bestuurlijke rapportage van de politie. ‘Lokaal’ Indien er geen sprake is van een ‘woning’, wordt het pand/de ruimte beschouwd als ‘lokaal’ in de zin van dit beleid. Dit is onder andere het geval als er sprake is van schijnbewoning. Ook vallen de voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten) in deze categorie. ‘Recreatiewoning’ Een recreatiewoning kan, als deze uitsluitend recreatief wordt gebruikt, als lokaal gekwalificeerd worden, maar onder omstandigheden – bijvoorbeeld als daarin legaal permanent gewoond wordt – ook als woning.. A. Woningen en daarbij behorende erven: drugshandel Doordat de sluiting van woningen zwaarder ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van een woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer. Sluitingstermijnen De onderstaande bestuurlijke maatregelen worden genomen bij constatering van drugshandel in woningen. Daarbij geldt voor de constatering van overtredingen een recidivetermijn van 5 jaar. - Softdrugs in woningen en/of bijbehorende erven Indien in woningen en/of bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) met een handelshoeveelheid van > 30 gram of > 5 planten/stekjes/plantenresten worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen: Overtreding Maatregel/sluiting In een woning (+ bijbehorende erven) wordt softdrugs geconstateerd met een handelshoeveelheid van > 30 gram of > 5 planten/stekjes/plantenresten. 1ste constatering: 3 maanden sluiting 2de constatering: 6 maanden sluiting 3de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd - Harddrugs in woningen en/of bijbehorende erven Indien in woningen en/of bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram2 worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen: Overtreding Sluiting In een woning (+ bijbehorende erven) wordt harddrugs geconstateerd met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram[2]. 1ste constatering: 4 maanden sluiting 2de constatering: 6 maanden sluiting 3de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd B. Lokalen en daarbij behorende erven Drugshandel in of bij lokalen vormt een ernstige aantasting van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. Daarbij legt het een zware druk op de omgeving. Zeker in woongebieden wordt de aanwezigheid daarvan als zeer belastend ervaren. Dit vormt een bedreiging voor de sociale veiligheid in de buurt en leiden vaak tot verloedering van het straatbeeld. Sluitingstermijnen Lokalen en daarbij behorende erven worden gesloten in de onderstaande gevallen. Daarbij geldt voor de constatering van overtredingen een recidivetermijn van 5 jaar. - Softdrugs in lokalen en bijbehorende erven Indien in lokalen en daarbij behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) met een handelshoeveelheid van > 30 gram of > 5 planten/stekjes/plantenresten worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen: Overtreding Sluiting In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal (+ bijbehorende erven) wordt softdrugs met een handels-hoeveelheid van > 30 gram of > 5 planten/stekjes/plantenresten geconstateerd. 1ste constatering: 6 maanden sluiting 2de constatering: 12 maanden sluiting 3de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd - Harddrugs in lokalen en/of bijbehorende erven Indien in lokalen en/of daarbij behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram[3] worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen: Overtreding Sluiting In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal (+ bijbehorende erven) wordt harddrugs geconstateerd met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram3. 1ste constatering: 12 maanden sluiting 2de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd [2]Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt: 0,5 gram harddrugs (bijv. cocaïne/amfetamine), 1 pil/tablet (bijv. XTC), 1 bolletje, 1 wikkel en 5 ml (bijv. 1 ampul/buisje/consumptie-eenheid GHB). Dit op basis van de Aanwijzing Opiumwet. [3]Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt: 0,5 gram harddrugs (bijv. cocaïne/amfetamine), 1 pil/tablet (bijv. XTC), 1 bolletje, 1 wikkel en 5 ml (bijv. 1 ampul/buisje/consumptie-eenheid GHB). Dit op basis van de Aanwijzing Opiumwet.

Rechtspraak bij dit artikel